In de winter vond ik de wereld maar moeilijk, en ik dacht dat de lente en de zomer dat zouden oplossen. Vandaag schijnt de zon (het is al een tijdje zover) en ik denk dat ik gelijk heb gekregen. Hoewel de wereld an sich er niet op veranderd is, mijn hele beleving is dat wel. Wat moeilijk is komt evengoed langszetten maar de opgave om er iets goeds mee te doen, is makkelijker. De toppen duren vele malen langer langer dan de dalen, en de put vult zich sneller met water.
Het is een verademing dat ik vroeger snel en goed heb leren zwemmen. En duiken, en reddendzwemmen. Soms geloof ik in de synchriniteit van zulke zaken; als je als mini-mensje leert dat je niet alleen op het land kan overleven, maar dat je via zwembandjes, en geen bandjes naar een snelle borstcrawl kunt komen, dan moet je onderbewuste wel iets opslaan in de zin van ‘verzuipen gebeurt je niet’. En anderen laten verzuipen kan ook voorkomen worden. Dat stemt vrolijk, zo’n gedachte.
Wat ook waar lijkt, is dat ik de afgelopen weken te hard heb doorgezwommen. Adem inhouden, onder de oude-dames-in-schoolslag door, zonder fatsoenlijk op adem te komen, en waarschijnlijk ook nog eens op een lege maag. De steken kwamen onverwachts opzetten. In het midden van het golfslagbad. Ik denk glimlachend aan de opmerking van een vriend van me, een jaar geleden. “Het zou te belachelijk voor woorden zijn, maar jou gaat het waarschijnlijk wel lukken”. Overigens is het plan waar het destijds over ging, niet doorgegaan; er kwam geen gesponsorde vakantie naar de mooiste cappucino-oorden in Europa. Maar het vertrouwen van anderen als je het zelf even kwijtbent, is, zo denk ik nu, meer waard dan ik normaal gesproken besef. Ik denk ook aan Lisa Loeb, “if you can’t trust yourself, well baby, trust someone else“. Dat heb ik gedaan. Ik heb mensen me laten aanmoedigen vanaf de zijlijn, ik ben uit gaan rusten op toegeworpen reddingsboeien, en ik ben met moeite, verder gezwommen naar de overkant.
En daar dein ik nu, zittend op de zware touwen die het zwembad omringen voor de benodigde zekerheid. Ik kijk om me heen en zie de anderen in het zwembad, bekend en onbekend. De meesten strak, recht en vol energie baantjes zwemmend, anderen ploeterend maar met het hoofd boven water, en sommigen zwemmend, duikend, van glijbanen glijdend en elkaar natspetterend zonder enige zorg in hun hoofd.
Het ziet er mooi uit, vanaf hier.
Volgens mij hoef ik even nergens heen.













